winterslaap
ik ben een slak en zoek een huis
een beer een grot een winterslaap
helaas
voor en rondom mij ligt een eeuwig
uitdijende ravijn
red me van de tijd
wie ben ik, behalve een zorgzame klootzak
het huis kraakt, alsof het moet wennen
aan mij, de teruggekeerde bewoner
indringer in mijn eigen huis
dat is wat ik wil zijn
een vreemde in mijn eigen leven