uw tuin is guller dan uw mond
wie zijt gij en hoe kan ik u begrijpen?
uw tuin is guller dan uw mond
ook al groeit er haast niets
behalve die ene boom
niet dat gij met uw woorden gierig zijt,
noch met uw zoenen
‘t is meer een angst
om u te laten kennen
waar uw hart van vol is,
loopt uw mond niet van over
een ongeploegd en aangestampt patattenveld bijna
met in het midden schoon gelabeld
heel alleen
een appelboom
wat is hij schoon
al is hij klein