voor snolleke
Zelfs al bieden woorden troost,
tijd heelt geen wonden.
Neem dus zijn hand, kijk om en huiver.
Geen duizend ochtendstonden
zullen iets veranderen:
wat gebeurd is, is gebeurd.
Maar word niet dor noch stram,
krom je rug en huil
tot je ligt zoals wat je mist:
naakt en zonder harnas.
Geen mimicry is ons vreemd.
Wacht nu en tel geen dagen.
Het tellen doet niet versnellen,
wie naar de klok kijkt wacht het langst.
Tast in het duister naar zijn hand,
omklem zijn verdriet
want het zijn en het jouwe
zijn elkanders tegenpolen;
jouw bluts en zijn buil.
Er is niemand anders die je troosten kan,
zelfs woorden niet.