voor k’tje (en alle anderen)
wij hebben ons verdriet uitgetrokken
en binnenstebuiten terug aangedaan
zodat niemand kan zien hoe we ons voelen
zie je hoe ons harnas blinkt en schettert?
we zuchten, en met onze vleugels van verdriet omgespt
en de traagste slag die ons dragen kan
drijven we door het open raam
de wereld in
ze is nog stil en ademloos
in de te vroege uren
Sint-Niklaas
beeld je in
je bent acht
en heel het jaar braaf geweest
maar echt heel braaf hè
bijna nooit gelogen
maar twee keer een snoepje gestolen
en een keer een koekje
echt waar
heel braaf
en nu zit je te wachten
tot sinterklaas komt
want hij komt
vanavond
dat weet je zeker
dus wacht je
en wacht je nog wat meer
hij kan nu elk moment komen
je denkt gestommel te horen op het dak
het blijkt een tak te zijn
nog meer wachten
waar blijft hij nu?
want hij gaat zeker komen
hij komt altijd
de wijzers van de klok
zijn nog nooit zo traag geweest
als vanavond
ze doen het erom
zo traag mogelijk
waarom duurt het wachten zo lang?
waarom komt hij niet?
…
tot iemand komt zeggen
dat hij niet zal komen dit jaar
dat de sint verdwaald is
je zal een jaartje geduld moeten hebben
moeten wachten
je blijft met lege handen achter
kwaad op de sint
boos op de wereld
…
maar
je mag niet kwaad zijn of boos
je moet braaf zijn
anders krijg je volgend jaar zeker niets
omhoog die kin!
vrolijk door het leven!
niets aan de hand!
…
o ja
en al je klasgenootjes
hij is wel bij hen langs geweest
die zitten nu thuis
met een dikke buik
vol lekkers
enkel jij blijft met lege handen achter
kinderliedje (I)
een tijger in je tank
een reiger op een bank
een luiaard in de klas
een ooievaar zonder kompas
een olifant met schurft
een muisje dat niet durft
een egel in zijn sas
een ooievaar zonder kompas
een mierenhoop met dorst
een paling met een bifi-worst
een walvis in het gras
een ooievaar zonder kompas
een aap met hoogtevrees
kikkerbillen zonder vlees
een krokodil met een handtas
een ooievaar zonder kompas
een salamander in zijn nopjes
een poes zonder kopjes
een zeekoe in kamerjas
een ooievaar zonder kompas
twee motten in een jas
een das met een das
een vlinder met een strikje
een ooievaar met een kompas
ijskastbagage
hij loopt van de kelder naar de garage
van de keuken naar de gang
maakt een lijstje van ijskastbagage
verliest zijn gedachten en staat urenlang
met zijn hoofd in de ijskast, is er nog wijn
of een ander troostmedicijn
tegen de onrust, doe maar een pintje
en als het er is, een lief klein kindje
het echtelijk bed vol knuffeldier
weggooien is nooit haar sterkste kant geweest
oude spaghetti in zilverpapier
knabbelt ze rauw, privé-minifeest
eerst even kijken, is er nog wijn?
zure pleister voor de pijn
nee laat maar zitten, doe maar gewoon
als het er is, graag een zoon
samen wandelen ze door gevulde gangen
rekken vol van verlangen
alles alles kan je hier kopen
behalve waar je niet op durft te hopen
voor zondagochtend op het toast
kinderliefde, babytroost
verder staat er niets op het lijstje
niets, enkel een lief klein meisje
muziek van flo
verlanglijstje I
na drie
en dertig
jaren van mijn leven
maak ik het testament van mijn verlangen
ik hoop dat niemand voor deze
sentimenten zwicht maar
ik heb al mijn wensen
één voor één
uitgetrokken
en binnenstebuiten weer aangedaan
zie je hoe mijn harnas blinkt en schittert?
met vleugels van verdriet omgespt
en de traagste slag die me dragen kan
drijf ik door het open raam
de wereld vol droefenis in
ze is nog stil en ademloos
in de te vroege uren
…
u vraagt mijn wensen
u kent ze
hier zijn ze
voor Loeki II
nadat ze oude moed hervonden had
en scherven van spiegelglas
tot nieuwe hoop
had bijeen gepuzzeld
trok ze weer ten strijde
– Don Quichot verbleekt bij zoveel strijdlust –
en gewapend met nietsontziend optimisme
versloeg ze malle en andere molens
ziet nu – hoe ze glundert
vol ongeloof
vandaag kijkt ze enkel naar
hoe haar verdriet
achter haar
in scherven op de grond valt
terwijl zij voortschrijdt
als toonbeeld voor ons allen
wachten op een ronde volle maan
verlangen heeft van mij natuur gemaakt
niet langer baas over lijf en leden
terwijl dat lijf door dokters wordt geraakt
en geen ledenleed nog wordt vermeden
zo hopen we de weken langzaam vol
en wachten op een ronde volle maan
en speelt de tijd zijn machiavelli-rol
en moeten wij zijn ritme ondergaan
brief aan mijn dochter
Lieve dochter,
je bent er al, ook al ben je er nog niet
zoals rouwen na de dood komt
kom jij voor het leven
je bent het omgekeerde van rouw
ook al lijk je er op
als een palindroom
als een acht op een omgekantelde acht
een omgekantelde eeuwigheid
je bent een belofte
en hoop
een duizendmaal gefluisterd verlangen
we denken elke dag aan je
kan dat?
denken aan iemand die er niet is?
nog niet is?
nee, dat klopt niet,
je bent er al, je bestaat al
ook al ben je er nog niet
zelfs al zal je er nooit zijn
dan nog ben je er al
je bent een God in het diepst van onze gedachten
ik mis je
elke dag
we tellen niet langer de dagen
we tellen de halve
en vanaf morgen de uren
en dan de minuten en seconden
nu er een vreemde soort rust over ons is gekomen
is er plaats voor de nieuwe onrust
blijkbaar kunnen we niet meer zonder
zijn we verslaafd
de trein van de ziekenhuizen
we weten alleen niet waar naar toe ze ons brengt
en langs hoeveel stations
daar komt de onrust van
het gaat zo:
iemand heeft een verrassing voor je!
‘doe deze blinddoek om,
niet kijken hoor
…
tadaa!’
maar tussen die ‘niet kijken hoor’ en die ‘tadaa!’
ligt ze
de oceaan van wachten
van ongeduld, van onrust
wachten op iets waarvan je niet weet of het komt
of iemand
het lijkt soms alsof ik dit aan een personage uit een boek schrijf
die bestaan ook niet, ook al zijn ze er
Lolita, Ophelia, Julia,
allemaal a’s
je moeder verklaart me vast voor gek
brieven schrijven aan iemand die er niet is
maar ben je er niet?
je bent pas echt dood als niemand meer aan je denkt, als niemand je nog herinnert
er wordt aan je gedacht
zoals een kunstenaar die denkt aan het nog niet gemaakte kunstwerk
jij bent ons schilderij, onze symfonie
we moeten je alleen nog even op de wereld zetten
maar je bent er al, je bestaat al
vandaag heb ik weer om je gehuild
voel je daar niet schuldig om, jij kan er ook niet aan doen dat je verdwaald bent
verdwaald in ellenlange ziekenhuisgangen
ik zou je zo graag de weg wijzen
maar ik ben mee verdwaald
samen zijn we verdwaald
samen dolen we
hand in hand in hand, je mama, jij, ik
en ik voel me machteloos
hebben ze daar geen medicijn voor?
in één van die gangen?
een zoen,
je vader.
voor flo
dun zijn de dagen
en traag de seizoenen
niemand die weten kan hoe ik mij voel
droog zijn de tranen
en droog zijn de zoenen
niemand die weten kan wat ik bedoel
ergens
aan het einde
zou iets moeten gloren
niemand die daar in gelooft
nergens
ter wereld
voeld ik mij zo verloren
verloren en verdoofd
voor loekie
vandaag kijk ik enkel naar mijn moed
die in scherven rondom mij
me verbaasd ligt aan te staren
met ogen van spiegelend glas
morgen misschien
begin ik ze te verzamelen
als ik er de moed voor vind
-
Recente
-
Links
-
Archief
- juli 2009 (1)
- juni 2009 (2)
- mei 2009 (2)
- april 2009 (1)
- maart 2009 (4)
- februari 2009 (3)
-
Categorieën
-
RSS
Berichten RSS
RSS met reacties